Het werd me duidelijk dat het over praten ging en om dingen te bespreken met elkaar. Ik had zelf geen moeilijke dingen meegemaakt want ik woonde er net, maar ik vond het wel interessant mee te doen. Er bleek iets gebeurd te zijn, waardoor bewoners zich onveilig voelden. Ik merkte dat het al veel beter ging toen er met elkaar over gepraat werd. Begeleiders snapten veel beter wat er speelde bij ons. Dat vond ik goed om te zien. Doordat we meer van elkaar hoorden, begrepen we elkaar beter.
Er ontstonden ook leuke ideeën. Zo werd het duidelijk dat bewoners het jammer vonden dat ze nooit een kadootje mochten geven aan de begeleiders tijdens hun verjaardagen. Er is nu een moment in het jaar waarop we met elkaar verjaardagen vieren en elkaar kadootjes mogen geven. Dat is heel gezellig.’
